NAAM EN ZETEL.

ARTIKEL 1.

  1. De vereniging draagt de naam:

     COöPERATIEVE VERBRUIKERSVERENIGING “DE WAECKER” U.A.

  1. De vereniging heeft haar zetel te AMSTERDAM.

DOEL.

ARTIKEL 2.

  1. De vereniging heeft ten doel te voorzien in de stoffelijke behoeften van haar leden op het gebied van consumptieve goederen en diensten door met hen overeenkomsten te sluiten in het bedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden uitoefent of doet uitoefenen.
  2. De vereniging kan overeenkomsten, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, met derden sluiten, doch dit mag niet in een zodanige mate geschieden, dat de overeenkomsten met de leden voor het bedrijf dat de vereniging uitoefent of doet uitoefenen, slechts van ondergeschikte betekenis zijn.

DUUR.

ARTIKEL 3.

De vereniging wordt opgericht voor onbepaalde tijd.

LEDEN.

ARTIKEL 4.

  1. Leden van de vereniging kunnen zijn werknemers en gepensioneerde werknemers van de gemeentepolitie te Amsterdam, casu quo weduwen van eerdergenoemde personen en andere werknemers die niet behoren tot na te noemen organisaties, maar die ten behoeve van die dienst uit hoofde van hun functie bij deze organisaties te werk zijn gesteld door het bestuur aan te wijzen, met uitzondering van vakantiewerkers en uitzendkrachten. Voornoemde weduwen kunnen geen lid meer zijn van de vereniging vanaf het moment dat zij hertrouwen.
  2. Leden van de vereniging kunnen ook zijn werknemers en gepensioneerde werknemers van respectievelijk de Rijkspolitie, de Koninklijke Marechaussee, de Parket Politie, Spoorwegpolitie en de Dienst Parkeerbeheer, voor zover zij werkzaam zijn gesteld in de gemeente Amsterdam.
    1. Het bestuur is bevoegd andere dan de in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde personen als lid tot de vereniging toe te laten, mits en voor zover zij deel uitmaken van een organisatie belast met een uit de wet voortvloeiende opsporingsbevoegdheid.

HET LIDMAATSCHAP EN DE DAARAAN VERBONDEN RECHTEN EN VERPLICHTINGEN.

ARTIKEL 5.

  1. Slechts zij, die rechtens bekwaam zijn tot het aangaan van overeenkomsten, kunnen als lid tot de vereniging toetreden.
  2. Het bestuur beslist over de toelating.
  3. De aanvraag tot het lidmaatschap en de mededeling van toelating geschieden schriftelijk. Niettemin behoeft ten bewijze van de verkrijging van het lidmaatschap van deze geschriften niet te blijken.
  4. Bij toelating wordt aan de aanvrager tevens medegedeeld onder welk nummer hij als lid is ingeschreven en ontvangt hij het bewijs van lidmaatschap, de statuten en de reglementen.
  5. Bij niet-toelating wordt dit aan de aanvrager bij aangetekend schrijven medegedeeld en staat beroep open op de algemene ledenvergadering.

 ARTIKEL 6,

  1. Ieder lid moet jaarlijks contributie betalen. Bij toetreding van een nieuw lid dient deze contributie door dit lid op het moment van toetreding te worden voldaan. De hoogte van de contributie wordt ieder jaar door de algemene ledenvergadering vastgesteld.
  2. Indien na overlijden van een lid diens echtgenoot/dier echtgenote binnen drie maanden het lidmaatschap aanvraagt en vervolgens wordt toegelaten is door hem/haar geen inleggeld verschuldigd en wordt hij/zij geacht als lid toegetreden te zijn op de dag na bedoeld overlijden.
  3. Overeenkomsten tussen de vereniging en een lid van het bestuur of van de raad van commissarissen behoeven de goedkeuring van respectievelijk de raad van commissarissen en de algemene ledenvergadering.

ARTIKEL 7.

Onverminderd het bepaalde in artikel 4 is het lidmaatschap persoonlijk en mitsdien niet overdraagbaar, noch vatbaar om door erfopvolging te worden verkregen.

ARTIKEL 8.

  1. Het lidmaatschap eindigt door:

a.   opzegging, welke geschiedt door het bestuur op grond dat het lid niet langer voldoet aan het in artikel 4 gestelde vereiste voor het lidmaatschap, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. De opzegging dient schriftelijk te geschieden met inachtneming van een termijn van tenminste vier weken en tegen het einde van het boekjaar;

b. opzegging door het lid, welke opzegging moet geschieden bij brief, waarvan het bestuur binnen veertien dagen de ontvangst schriftelijk bevestigt, met inachtneming van een termijn van tenminste vier weken en tegen het einde van het boekjaar;

c. overlijden van het lid;

d. ontzetting overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 van deze statuten. 

2.     Indien het lidmaatschap eindigt verliezen het lid en zijn echtgenoot de functies, die op grond van het lidmaatschap in de

        vereniging worden bekleed. 

ARTIKEL 9.

1.   Ontzetting uit het lidmaatschap door het bestuur kan geschieden wegens:

a)   het overtreden van de statuten en/of de reglementen;

b)      het niet nakomen van geldelijke verplichtingen of het op onredelijke wijze benadelen van de vereniging;

2.    De ontzetting wordt aan het lid gemotiveerd medegedeeld bij aangetekend schrijven.

  1. Tegen de ontzetting staat gedurende één maand na de ontvangst van deze mededeling voor het lid beroep open op de algemene ledenvergadering.
  2. Hangende het beroep is het lid geschorst en kunnen de lidmaatschapsrechten niet worden    uitgeoefend.

ARTIKEL 10.

De leden der vereniging zin in geen enkelopzicht aansprakelijk voor de verbintenissen der vereniging noch zijn zij op welke wijze dan ook verplicht om in een tekort van de vereniging bij te dragen.

BESTUUR.

ARTIKEL 11.

  1. Het bestuur bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste negen personen, die door de algemene vergadering al of niet op voordracht van het bestuur uit de leden der vereniging worden gekozen.Het bestuur dient altijd uit een oneven aantal te bestaan.
  2. Tot leden van het bestuur kunnen niet worden gekozen diegenen, die werknemer der vereniging zijn.
  3. Indien een bestuurslid werknemer van de vereniging wordt, eindigt zijn bestuurslidmaatschap op de dag van de aanstelling.
  4. Een bestuurslid kan niet tevens lid zijn van de raad van commissarissen.
  5. Bestuursleden worden gekozen voor een periode van drie jaar. Aftredende bestuursleden zijn herkiesbaar.
  6. Ieder jaar treedt een der bestuursleden af volgens een door het bestuur, zo nodig na loting, opgesteld rooster. Op dit rooster neemt een tussentijds gekozen lid de plaats in van zijn voorganger.
  7. Een bestuurslid, dat het lidmaatschap der vereniging verliest, treedt af in de eerstvolgende algemene vergadering na dat tijdstip, behoudens in geval van ontzetting uit het lidmaatschap in welk geval het bestuurslidmaatschap dadelijk eindigt.
  8. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Daalt het aantal bestuursleden tot beneden de vijf, dan vindt voorziening binnen één maand plaats. Het bestuur blijft wettig bevoegd ook zolang het onvoltallig is.
  9. De voorzitter, de secretaris, de penningmeester en de vice-voorzitter worden in hun functie gekozen door de algemene ledenvergadering. Een tweede secretaris en een tweede penningmeester kunnen door het bestuur worden aangewezen uit leden van het bestuur.

ARTIKEL 12.

  1. Het bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of twee andere bestuursleden zulks wensen. De oproepingstermijn bedraagt tenminste drie dagen.
  2. Voor het nemen van rechtsgeldige besluiten is vereist de aanwezigheid van ten minste de helft der bestuursleden, doch van alle bestuursleden, indien oproeping niet heeft plaatsgevonden. Besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen; bij staking van stemmen wordt een voorstel geacht te zijn verworpen.
  3. Van het verhandelde in bestuursvergaderingen worden notulen gehouden.

ARTIKEL 13.

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging in- en buiten rechte.
  2. Twee leden van het bestuur gezamenlijk kunnen voor de vereniging optreden en tekenen.
  3. Het bestuur kan aan personeel als bedoeld in artikel 19, zodanige tekeningsbevoegdheden toekennen als het nuttig oordeelt.

ARTIKEL 14.

Het bestuur houdt de raad van commissarissen geregeld op de hoogte van de gang van zaken in de vereniging, geeft deze alle verlangde inlichtingen en is aanwezig in de vergaderingen van de raad van commissarissen indien deze dit wenst.

TOEZICHT OP HET BESTUUR; RAAD VAN COMMISSARISSEN.

ARTIKEL 15.

  1. Het toezicht op het bestuur wordt uitgeoefend door een raad van commissarissen, bestaande uit drie personen, die door het bestuur op voordracht van respectievelijk het korps en politievakorganisaties worden benoemd. In geval geen enkel bestuurslid in functie is, wordt de vereniging bestuurd door de raad van commissarissen.
  2. De raad van commissarissen benoemt uit zijn midden een voorzitter en een secretaris.
  3. Tot leden van de raad van commissarissen kunnen niet worden benoemd diegenen, die werknemer der vereniging zijn.
  4. Indien een lid van de raad van commissarissen werknemer van de vereniging wordt, eindigt zijn lidmaatschap op de dag van de aansteling.
  5. Leden van de raad van commissarissen worden benoemd voor een periode van drie jaar. Aftredende leden van de raad van commissarissen zijn herbenoembaar.
  6. Ieder jaar treedt een lid van de raad van commissarissen af volgens een door het bestuur, zo nodig na loting, opgesteld rooster.  Op dit rooster neemt een tussentijds benoemd lid de plaats in van zijn voorganger.
  7. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.  Daalt het aantal leden van de raad van commissarissen tot beneden de drie, dan vindt voorziening binnen één maand plaats. De raad van commissarissen blijft wettig bevoegd ook zolang zij onvoltallig is.

ARTIKEL 16.

  1. De raad van commissarissen vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van de raad van commissarissen dat wenst. De oproepingstermijn bedraagt tenminste drie dagen.
  2. Voor het nemen van rechtsgeldige besluiten is vereist de aanwezigheid van tenminste twee leden van de raad van commissarissen en van alle leden, indien een oproeping niet heeft plaatsgevonden.  De raad kan ook buiten vergadering besluiten, mits alle commissarissen zich schriftelijk aangaande het voorstel hebben uitgesproken en het besluit de instemming heeft van alle commissarissen. Van besluiten op deze wijze tot stand gekomen wordt in de eerstvolgende vergadering van de raad mededeling gedaan.
  3. De raad van commissarissen kan het bestuur oproepen in zijn vergadering aanwezig te zijn.
  4. De raad van commissarissen doet van het in zijn vergadering behandelde aantekening houden in een notulenboek.

AANSPRAKELIJKHEID, SCHORSING EN ONTSLAG.

ARTIKEL 17.

  1. De leden van het bestuur en van de raad van commissarissen zijn hoofdelijk tegenover de vereniging aansprakelijk wegens grove tekortkomingen bij de vervulling van de hun opgedragen taak.
  2. De vereniging dient te bewijzen dat de voormelde grove tekortkomingen aan voornoemd lid van het bestuur of van de raad van commissarissen is te wijten.

ARTIKEL 18.

  1. Te allen tijde kan een lid van het bestuur of van de raad van commissarissen door de algemene ledenvergadering worden ontslagen doch niet nadat de betrokkene de gelegenheid heeft gehad zich te verantwoorden.
  2. Bij niet behoorlijke vervulling van zijn taak kan een bestuurslid door de raad van commissarissen voor ten hoogste acht weken worden geschorst.
  3. Bij niet behoorlijke vervulling van zijn taak kan een lid van de raad van commissarissen door het bestuur voor ten hoogste acht weken worden geschorst.
  4. Binnen een maand na een besluit tot schorsing wordt een algemene ledenvergadering belegd, welke na de geschorste te hebben gehoord, kan besluiten tot opheffing van de schorsing of verlenging van de schorsingstermijn met ten hoogste zes weken of tot ontslag.

ARTIKEL 19.

  1. Het bestuur kan een bedrijfsleider aanstellen (aan wie de titel van directeur kan worden verleend) en deze belasten met de dagelijkse leiding van het bedrijf.  De bedrijfsleider is werkzaam onder toezicht en verantwoordelijkheid van het bestuur en wordt door het bestuur van een schriftelijke instructie voorzien.
  2. Benoeming en ontslag van het personeel behoren tot de bevoegdheid van het bestuur, na overleg met de bedrijfsleider.
  3. De algemene regeling van bezoldiging en overigens van de rechtspositie van het personeel geschiedt door het bestuur in overleg met de bedrijfsleider.
  4. De bedrijfsleider is verplicht gevolg te geven aan een uitnodiging de vergaderingen van het bestuur en de algemene ledenvergaderingen bij te wonen.

 

ALGEMENE LEDENVERGADERING.

ARTIKEL 20.

  1. Binnen zes maanden na het einde van het boekjaar wordt de jaarlijkse algemene ledenvergadering gehouden, waarin in ieder geval de jaarstukken worden behandeld en wordt voorzien in vacatures van het bestuur.
  2. Elk jaar wordt in de jaarlijkse algemene vergadering een commissie, als bedoeld in artikel 48 lid 3 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek benoemd. De commissie bestaat uit drie leden.

ARTIKEL 21.

  1. Voorts roept het bestuur de algemene ledenvergadering bijeen:

a)      indien het bestuur dit wenst;

b)      indien ten minste één/vijfde deel der leden dit schriftelijk met opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt.

  1. Indien na indiening van een zodanig verzoek het bestuur niet binnen veertien dagen de leden tot een vergadering heeft opgeroepen tegen een datum uiterlijk vier weken na indiening, kan bijeenroeping geschieden door de verzoekers.

ARTIKEL 22.

  1. Een algemene vergadering wordt schriftelijk bijeengeroepen. De agenda wordt ten minste zeven dagen voor de vergadering rondgezonden. Deze termijn bedraagt ten minste veertien dagen, indien een voorstel tot statutenwijziging of ontbinding der vereniging voor de eerste maal aan de orde zal komen.
  2. Op de agenda worden geplaatst alle onderwerpen, welke ingevolge de statuten behandeld moeten worden of welke het bestuur, dan wel ten minste één/vijfde deel der leden, behandeld wenst te zien.

ARTIKEL 23.

  1. Als voorzitter en secretaris van een algemene vergadering treden op de voorzitter en secretaris van het bestuur en bij ontstentenis hun plaatsvervangers.
  2. Een door leden bijeengeroepen algemene vergadering wijst zelf haar voorzitter en secretaris aan.
  3. Zowel het bestuur als de algemene vergadering kan bepalen, dat derden tot een algemene vergadering worden toegelaten ten einde aan de besprekingen deel te nemen.

ARTIKEL 24.

Verkiezingen kunnen niet geschieden en besluiten kunnen niet worden genomen, indien de agenda de verkiezing respectievelijk het onderwerp niet vermeldt. Echter kan zonder meer worden besloten omtrent een amendement ter zake van een op de agenda vermeld onderwerp, een motie en de vraag of de algemene vergadering een derde tot de vergadering zal toelaten.

ARTIKEL 25.

  1. In de algemene ledenvergaderingen heeft elk lid één stem.
  2. Besluiten (met uitzondering van besluiten tot statutenwijziging en ontbinding der vereniging) worden genomen en verkiezingen geschieden met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen, welke meerderheid wordt geacht aanwezig te zijn, indien niemand stemming verlangt en ook uit anderen hoofde geen stemming nodig is.
  3. Stemmingen geschieden mondeling, tenzij ten minste één/vierde deel der aanwezige leden schriftelijk stemming verlangt of tenzij het gaat om stemmingen over personen, of zaken, personen betreffende.
  4. Stemmen bij volmacht uitgebracht zijn ongeldig. Blanco en ongeldige stemmen worden als niet-uitgebrachte aangemerkt.
  5. Staken de stemmen bij een stemming over zaken, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Staken de stemmen bij een verkiezing, dan beslist het lot.

BOEKJAAR, REKENING EN VERANTWOORDING.

ARTIKEL 26.

Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.   Het eerste boekjaar eindigt op één en dertig december negentienhonderd vijf en tachtig.

ARTIKEL 27.

  1. Het bestuur legt binnen vijf maanden na het einde van het boekjaar voor zijn beheer rekening en verantwoording af en zendt daartoe aan de commissie, bedoeld in artikel 20 lid 2, de balans en de resultatenrekening, opgemaakt volgens goed koopmansgebruik, alsmede het jaarverslag.
  2. De commissie voornoemd wijst elk jaar een deskundige aan, die zal zijn belast met de controle van de administratie van de vereniging.
  3. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt van haar bevindingen verslag uit aan de algemene vergadering.
  4. De balans en resultatenrekening (voorzien van de door de financieel deskundige daaromtrent verstrekte verklaring) en het jaarverslag van het bestuur worden ten minste zeven dagen voor de algemene ledenvergadering ter inzage gelegd. Goedkeuring van de balans en resultatenrekening door de algemene ledenvergadering strekt het bestuur tot décharge voor zijn handelingen in het afgelopen boekjaar blijkens de boeken verricht.

 

 

ARTIKEL 28.   

  1. De algemene ledenvergadering kan aan een deel van het overschot een speciale bestemming geven. Het besluit daartoe dient te worden genomen op de wijze genoemd in artikel 30 lid 1 en 2.
  2. Het restant van het overschot wordt gereserveerd. Uit de reserve mogen geen uitkeringen geschieden.

REGLEMENT.

ARTIKEL 29.

De algemene ledenvergadering stelt met inachtneming van de wet en de statuten een alle leden der vergadering bindend reglement vast ter nadere regeling van al hetgeen zodanige regeling behoeft.

 

STATUTENWIJZIGING.

ARTIKEL 30.

  1. In de staten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe bij brieven is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor de oproeping bedraagt veertien dagen.
  2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
  3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waar tenminste twee/derde van de leden tegenwoordig is. Is niet twee/derde van de leden tegenwoordig, dan wordt na die vergadering een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden binnen vier weken na de eerste vergadering, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde  van de uitgebrachte stemmen.
  4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.
  5. In afwijking van het bepaalde in de eerste volzin van artikel 36 lid 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, kan een lid zich door opzegging van zijn lidmaatschap niet onttrekken aan een besluit krachtens hetwelk de verplichtingen van geldelijke aard van leden worden verzwaard, behoudens uiteraard het in artikel 8 lid 1 sub b van deze statuten bepaalde. Een verzwaring als hier vermeld komt tot stand bij besluit van de algemene ledenvergadering, zonder dat hiervoor een statutenwijziging vereist is.

ONTBINDING EN VEREFFENING.

ARTIKEL 31.

  1. Het voorstel tot ontbinding van de vereniging kan uitgaan van het bestuur, van de raad van commissarissen of ven tenminste één/vijfde deel van de algemene ledenvergadering.
  2. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat slechts met een meerderheid van vier/vijfde van de uitgebrachte stemmen tot ontbinding kan worden besloten.
  3. Indien een besluit is genomen tot ontbinding van de vereniging, geschiedt de vereffening door het bestuur onder toezicht van de raad van commissarissen, tenzij de algemene ledenvergadering anders mocht besluiten.
  4. Een batig saldo krijgt een door de algemene ledenvergadering te bepalen bestemming.
  5. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en reglementen zover mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.
  6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de vereniging onder berusting van de daartoe door de algemene ledenvergadering aan te wijzen persoon. Deze zal bevoegd zijn een opvolgend bewaarder aan te stellen met dezelfde bevoegdheid.
  7. De bepalingen van dit artikel kunnen niet worden gewijzigd dan op de wijze en met de meerderheid als in dit artikel voor een besluit tot ontbinding van de vereniging is voorgeschreven.

GESCHILLEN.

ARTIKEL 32.

Geschillen over de uitlegging en toepassing van de statuten en van de besluiten van de algemene ledenvergadering worden beslist door de raad van commissarissen.

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE TE AMSTERDAM GEVESTIGDE COöPERATIEVE VERBRUIKERSVERENING “DE WAECKER” U.A.

LEDEN.

ARTIKEL 1.

Elk lid is verplicht een wijziging van zijn adres onverwijld en schriftelijk aan de vereniging mede te delen. De vereniging mag afgaan op het haar laatstelijk medegedeelde adres.

ARTIKEL 2.

Het bestuur neemt alleen kennis van klachten, die de leden schriftelijk indienen. De beslissing daarop van het bestuur wordt schriftelijk medegedeeld aan de klager en aan de andere betrokkenen.

ARTIKEL 3.

Het is de leden van de vereniging verboden om jaarlijks meerdere exemplaren van eenzelfde artikel af te nemen indien dit bij overeenkomst tussen bestuur en derden is uitgesloten.

ARTIKEL 4.

  1. De bestuursfuncties worden ieder jaar opnieuw verdeeld in de eerste bestuursvergadering na de eerste algemene ledenvergadering van dat jaar.
  2. Tenzij de bestuursleden het over deze verdeling zonder stemming eens worden, wordt deze verdeling bij stemming vastgesteld.
  3. Indien een met een functie bekleed bestuurslid deze functie niet meer kan vervullen, wijst het bestuur een ander bestuurslid ter vervanging aan.

ARTIKEL 5.

  1. Voor elke open plaats in het bestuur stelt het bestuur tenminste één kandidaat.
  2. Het bestuur maakt het aantal open plaatsen en de namen van de kandidaten op door het bestuur te bepalen wijze tenminste zeven dagen voor de verkiezing bekend, waarbij op het recht van de algemene ledenvergadering om kandidaten te stellen wordt gewezen.
  3. Tenminste tien leden van de algemene ledenvergadering hebben tot één dag voor de verkiezing het recht schriftelijk één kandidaat te stellen voor elke open plaats.

ALGEMENE LEDENVERGADERINGEN.

ARTIKEL 6.

  1. De voorzitter van de algemene ledenvergadering handhaaft daar de orde en neemt alle naar zijn oordeel daartoe dienstige maatregelen.
  2. In de algemene ledenvergaderingen wordt over elk voorstel en elke vacature afzonderlijk gestemd.
  3. Mondelinge stemmingen geschieden bij opstaan en zitten tenzij de voorzitter van de vergadering of tenminste drie leden hoofdelijk stemming verlangen. Schriftelijke stemmingen geschieden op door of namens de voorzitter der vergadering verstrekte briefjes.
  4. Ongeldig zijn stemmen of briefjes, omtrent welker inhoud naar het oordeel van de voorzitter der vergadering ernstige twijfel bestaat of waarop – bij verkiezingen – meer dan één naam voorkomt of andere namen voorkomen dan die der gestelde kandidaten.
  5. Bij een schriftelijke stemming wijst de voorzitter der algemene ledenvergadering drie leden aan, die geen belang bij de uitslag der stemming hebben, tot het uitdelen en ophalen van de stembriefje en het vaststellen van het resultaat der stemming.

ARTIKEL 7.

De besluiten van de algemene ledenvergadering worden ter kennis van de leden der vereniging gebracht.

ARTIKEL 8.

De jaarlijks vastgestelde contributie dient voor 1 april van het lopende jaar te zijn voldaan. Bij niet nakoming van deze verplichting zal het lidmaatschap worden beëindigd, zonder dat de verplichting tot betaling hiermee komt te vervallen. Toelating als lid van de vereniging wordt geweigerd indien er een betalingsverplichting als hiervoor bedoeld, bestaat.